Vakken

Bij TMO doe je niet alleen kennis op tijdens de lessen en uit het studiemateriaal, je maakt ook intensief mee hoe het er in de praktijk aan toegaat. Onder meer tijdens excursies en in projecten. TMO biedt een breed vakkenpakket: een combinatie van management, marketing, mode en persoonlijke ontwikkeling. Onze docenten en experts uit de praktijk ontwikkelen zelf uniek, op de branche afgestemd lesmateriaal. Fashion Business is een Nederlandstalige opleiding. Daarnaast gebruiken we bekende, theoretische lesboeken. Bij de start van het studiejaar krijg je een boekenpakket.

Semester 1
  • Business Management:
    • Human Resource Management: De kern van het vakgebied Human Resource Management is het zorgvuldig beheer, de efficiënte inzet en de verdere ontwikkeling van het menselijk kapitaal in de organisatie. Dit met als doel het leveren van optimale prestaties. In dit semester zal vooral de instroom en uitstroom van medewerkers centraal staan.
    • Management & Organisatie: Tijdens dit blok doet de student kennis en inzicht op in de grondslagen van management en organisatie. Centraal hierbij staan aspecten als de rol van de manager, de omgeving van de organisatie en de plaats van het individu en groepen binnen de organisatie.
  • Financial Management:
    • Supply Chain Management: Supply chain management omvat alle activiteiten, direct of indirect, die betrokken zijn in het voorzien van de klantbehoefte. Het gaat dan vaak over een netwerk van organisaties, die waarde creëren in de vorm van producten of diensten voor klanten. Tijdens dit blok krijgt de student inzicht in de logistieke uitgangspunten en de planmatige aanpak bij logistieke processen.
    • Goederenadministratie: In semester 1 leert de student zelfstandig een geautomatiseerde goederenadministratie voor een modebedrijf bij te houden. De kengetallen die de student reeds geleerd heeft, leert hij/zij te gebruiken in relatie tot de goederenadministratie. De student krijgt inzicht in het hele goederenproces van een retailorganisatie. In de hierna volgende semesters leert de student de informatie die uit dergelijke systemen gehaald kan worden te analyseren.
    • Budgetteren: De student leert zelfstandig, uit een geautomatiseerde goederenadministratie, voor een modebedrijf gegevens te interpreteren en te analyseren. Ook leert de student tijdens dit blok relevante kengetallen te berekenen.
  • Fashion Products & Production:
    • Modematerialen: De student verkrijgt kennis van grondstoffen, de functie van kleding en de impact van de textielketen en het milieu. Ook wordt de brand-, bevochtigingsproef en microscopisch onderzoek in de praktijk gebracht.
    • Detex Modeadviseur: Bij het vak DETEX Modeadviseur wordt ingegaan op de belangrijkste aspecten van mode en kleding. De vakkennis van (junior) modeadviseur bestaat uit kennis over mode, het adviseren van klanten, het uiterlijk van kleding, de modebranche, segmentatie en visual merchandising. Ook wordt er aandacht besteed aan het maken van kleding, het onderhoud van kleding, kleding voor verschillende doelgroepen, de styling van kleding en de pasvorm van kleding. Als het examen met een voldoende afgerond wordt dan zal de student een ‘DETEX modeadviseur diploma’ ontvangen.
  • Fashion & Trends:

    • Collectie, smaak en stijl: In deze module wordt ingegaan op een collectieontwikkeling. De student leert verschillende doelgroepen, markten en producten te beschrijven. Daarnaast maakt de student kennis met de begrippen segmentatie, doelgroep en stijlgroep en krijgt zij inzicht in de samenhang tussen stijlgroep, winkel en collectie (= modedriehoek). De student observeert (markt)trends, onderzoekt trendprognoses en leert deze te vertalen naar productingrediënten (kleur, model, materiaal en decoratie) voor een volgend seizoen.
  • (International) Business Communication:
    • Schriftelijke communicatie: De student leert zijn of haar schriftelijke communicatie te verbeteren en verwerft basisvaardigheden die toepasbaar zijn bij lessen, projecten en in de beroepspraktijk.
    • Mondelinge communicatie: De student leert zodanig communiceren dat hij/zij zakelijke relaties kan aangaan of verbeteren.
    • Presenteren: De student leert, op grond van een gedegen voorbereiding, tot een adequate mondelinge presentatie te komen.
  • Marketing & Sales: De student verwerft kennis van en inzicht in de grondslagen en technieken van de marketing en hij/zij leert de wijze kennen waarop de grondslagen en technieken kunnen worden toegepast. Onderdelen die aan bod komen zijn: inleiding in de marketing, de 4 P’s, marketingplanning, vraag en aanbod, afnemersgedrag, segmentatie en positionering en marketingcommunicatie.
  • Personal & Professional Development: Binnen Personal Development staat zelfverantwoordelijkheid voor het ‘leren leren’ centraal. Het vak Personal & Professional Development is bedoeld om de student te ondersteunen in het proces van persoonlijke en professionele ontwikkeling. De lessen, huiswerkopdrachten en gesprekken helpen de studenten om meer inzicht te krijgen in wie zij zijn en wat zij willen en waar ieder individu op dit moment als persoon en als aankomend professional voor staat.
  • Research Methods: In het eerste semester wordt een start gemaakt met de ontwikkeling van het onderzoekend en kritisch analytisch vermogen en wordt een basis gelegd voor het vak Research methods bij TMO. De student leert enkele basisbegrippen op gebied van onderzoeksmethoden. Een tweetal onderzoeksmethoden gaat de student direct al toe te passen in de projecten. Naast methoden van deskresearch, ligt de focus op observatietechnieken toegepast binnen het (markt)onderzoek.
  • Visual Marketing: Als je een bedrijf gaat beginnen dan is de vormgeving van visuele middelen van levensbelang. Ieder beeld, elke kleur, ieder ingrediënt heeft een bepaalde uitstraling. Maar hoe zorg jij er nu voor dat jouw klant de juiste sfeer proeft? Tijdens de lessen ga je voldoende basiskennis op doen over deze onderwerpen zodat jij dit op een bewuste manier kunt gaan toepassen.
    • Visual Translation: De student leert met het Visual Retailing programma (VR) en PowerPoint kleur toepassen in een retailomgeving.
    • Visual analysis: De student verwerft kennis van en inzicht in de basis van Visual skills met als doel branding te kunnen waarnemen, analyseren en visualiseren.
  • Retail Work Experience: Tijdens de Retail Work Experience dient de student verplicht minimaal 100 uur werkervaring op te doen in de modebranche. Dit een belangrijk onderdeel van de beginfase van de studie, want op deze manier maakt de student kennis met het werken op de winkelvloer en doet hij/zij inzicht op in het consumentengedrag en in de dagelijkse processen in de winkel. De ervaring die de student opdoet met de consument in een winkelomgeving, is een belangrijke basis voor alle beroepsprofielen van TMO. 
Semester 2
  • Business Management:
    • Human Resource Management: De kern van het vakgebied Human resource management is het zorgvuldig beheer, de efficiënte inzet en de verdere ontwikkeling van het menselijk kapitaal in de organisatie. Dit met als doel het leveren van optimale prestaties. In deze tweede module zal vooral de doorstroom van personeel centraal staan: hoe motiveer je je mensen en hoe begeleid en stuur je hun prestatie en ontwikkeling?
    • Recht: Bij de module Recht/consumentenrecht wordt ingegaan op de rechten van de consument. De student verwerft juridische kennis over de rechten en verplichtingen van de consument (koper) en de handelaar (verkoper). Door inzicht in deze verplichtingen te krijgen, kan de student bij het aanbieden, promoten, verkopen van producten en het bieden van service hiermee rekening houden. Om competenties te verwerven, werkt de student aan een aantal praktijkcases, waarbij de kennis geïntegreerd wordt. Ter ondersteuning van het leerproces worden er colleges gegeven.
    • Management & Organisatie: De kern van het vakgebied Management en Organisatie bestaat uit de beheersing en beïnvloeding van de verschillende organisatiefuncties en –processen op operationeel, tactisch en strategisch niveau in relatie tot het creëren van waarde.
  • Financial Management:
    • Supply Chain Management: De basis van semester 1 wordt verbreed en verdiept richting ketenstrategie en het management van de gehele keten van product tot consument.
    • Budgetteren: De student leert logistieke informatie te analyseren en deze informatie als basis voor een inkoopplanning te gebruiken. Het kunnen analyseren van logistieke informatie is belangrijk, omdat je als ondernemer hierop kunt gaan handelen door bijvoorbeeld bepaalde producten juist wel of niet in te kopen of door producten in de uitverkoop te plaatsen.
    • Financiële Economie: De student krijgt inzicht in de handmatige en geautomatiseerde verwerking van financiële bedrijfsgegevens. De lessen van financiële economie zijn gebaseerd op het verschaffen van inzicht in de handmatige en geautomatiseerde verwerking van financiële bedrijfsgegevens. Dit inzicht is belangrijk, want met dit inzicht in de financiële bedrijfsgegevens krijg je een beeld van ‘de gezondheid’ van het bedrijf. Aan de hand van deze bevindingen kun je als ondernemer beslissingen nemen.
  • Fashion Products & Production:
    • DETEX: De student verwerft basiskennis over de marktsegmenten Jeans en Schoenen om in de praktijk over collecties en artikelen te kunnen communiceren. Als de examens met een voldoende afgerond worden, dan zal de student de branchecertificaten DETEX Jeansadviseur en DETEX Schoenvakadviseur ontvangen.
    • Modematerialen: Bij de submodule Modematerialen verwerft de student kennis over de constructie van garen, weefsels, breisels en bijzondere doekconstructies. Het is belangrijk om een doek en de toepassing te kunnen koppelen, want door de juiste grondstoffen, garens, constructie en veredeling te kiezen, krijgt het doek het juiste uiterlijk en de juiste gebruikseigenschappen voor de bedoelde toepassing.
    • Productie: Bij productie maakt de student kennis met de verschillende fases van het productieproces van schoenen en kleding. Het productieproces is bepalend voor de prijs van artikel, de kwaliteit en de duurzaamheid. Als bedrijf wil je het meest efficiënte en effectieve productieproces inzetten voor de productie van jouw artikel. Om te weten wat het meest geschikte productieproces is, dien je eerst kennis te vergaren in eerste instantie de fases van het productieproces van kleding zelf en vervolgens de specifiekere zaken in het productieproces.
  • Fashion & Trends:
    • Trends & maatschappij: De student maakt kennis met stijlperioden uit de kunst en architectuur, leert deze herkennen in actuele mode-uitingen en vertalen naar verschillende modeconcepten. Naast het analyseren van de tijdgeest vanuit o.a. de DEPEST-factoren, leert de student gedrag en behoeftes te analyseren om relevante conclusies voor de modebranche te kunnen trekken, waarbij de samenhang tussen maatschappelijke trends en mode centraal staat als je modestijlen en modethema’s uit het verleden herkent en signaleert.
  • (International) Business Communication:
    • Schriftelijke communicatie: De student ontwikkelt de schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid verder, uitgaande van de basis die de student in het eerste semester opgebouwd heeft. Zakelijk communiceren komt erop neer dat een stijl gehanteerd wordt die de leesbaarheid van een tekst bevordert, zodanig dat de boodschap overkomt bij de ontvanger en je het beoogde doel bereikt. Goede zakelijke communicatie is: duidelijk, efficiënt, gepast, aantrekkelijk en correct. In de module schriftelijke communicatie wordt hier uitgebreid aandacht aan besteed.
    • International business communication: Bij dit vak vergroot de student zijn/haar beroepsspecifieke en modegerelateerde woordenschat van het Engels. De student wordt voorbereid op de Business English Certificates (BEC), levels B1. In de fashionbranche wordt veel samengewerkt met diverse landen. Om jezelf goed verstaanbaar te maken leert de student  bij internationale communicatie beroepsspecifieke en modegerelateerde vaktermen. Deze vaktermen zullen belangrijk zijn in het voeren de zakelijke gesprekken en zullen bepaalde misverstanden voorkomen.
  • Marketing & Sales:
    • Retailmarketing: In dit blok maakt de student kennis met het begrip distributiebeleid en welke verkoopkanalen ingezet kunnen worden. In blok 2 wordt meer ingezoomd op de locatie en het marktpotentieel.
    • Customer journey: In blok 1 wordt omni channel onder de loep genomen: welke keuzes maken consumenten bij het aankopen van mode? In blok 2 wordt meer ingezoomd op de achtergronden van het consumentengedrag. Als je weet welke keuzes consumenten maken bij het kopen van een artikel kun je daar als retailer op in gaan spelen.
  • Personal & Professional Development: Binnen Personal Leadership staat zelfverantwoordelijkheid voor het ‘leren leren’ centraal. De student leert kritisch zelfonderzoek te doen en eigen leervragen en een ontwikkelingsplan te formuleren en wordt hierbij begeleid door een tutor. Daarnaast leert de student door observatie, het lezen van persoonlijke profielen en beoordeling het inzicht in het gedrag van zichzelf (kwaliteiten en leerpunten) en van anderen te vergroten. De student kan formuleren welke kwaliteiten en valkuilen een team heeft en afspraken formuleren om de teameffectiviteit te optimaliseren.
  • Research Methods: De student maakt kennis met enkele specifieke methoden van kwantitatief onderzoek, in het bijzonder geschikt om onder consumenten onderzoek te doen naar wensen, behoeften, percepties, attitudes, en oriëntatie- en koopgedrag ten aanzien van modemerken(winkels) en hoe zich dat verhoudt tussen de offline en online wereld (omni channel klantenreis).
  • Visual Marketing:
    • Visual analysis: Er wordt kennis en inzicht opgebouwd in alle facetten van visual skills, zoals het onderscheiden van vormgeving en letterlijk beeldmateriaal en het typeren van symbolische beelden. Het toepassen van visual skills in brands staat centraal. In de lessen gaat de student merken analyseren op visuele communicatie en (consumenten)behoefte, hierbij gaat de student o.a. kijken naar de innerlijke en uiterlijke kenmerken. Het is als bedrijf belangrijk dat de vormgeving en het beeldmateriaal inspeelt op de behoeftes van de consument.
    • Visual translation: De student verwerft kennis van en inzicht in de basis van PowerPoint en het 3D-programma Visual Retailing. Ook leert de student met beide programma’s (vooral visueel) te werken. Tijdens deze module leert de student om een winkel/ruimte/stand in te richten via het programma Visual Retailing. Kleur- vorm- materiaal en compositie zijn belangrijke aspecten hierbij.
  • Retail Work Experience: De retailwerkervaringsstage van semester 1 wordt voortgezet in semester 2, waarbij opdrachten uitgevoerd worden die gekoppeld zijn aan de lessen die gegeven worden op TMO.
Semester 3
  • Business Management:
    • Human Resource Management: De student leert basisprincipes van het gedrag van het individu, werkend in groepen, leiderschap en macht en gezag analyseren. Human Resources Management staat in het derde semester in het teken van arbeid- en organisatiepsychologie. Om als professional en/of leidinggevende inzicht te hebben in hoe de mens in elkaar zit, hoe mensen met elkaar samenwerken en, waarom leidinggevenden van elkaar verschillen, zijn kennis en vaardigheden op dit gebied belangrijk. Maar ook voor de projecten die verderop in de opleiding komen. Denk daarbij aan de projecten in semester 4 en BP5 in het vijfde semester. In deze module staat de kenniscomponent centraal.
    • Recht: Bij de module Recht/bedrijf maakt de student kennis met de specifieke aspecten van de bedrijfsvormen, de meest voorkomende contracten in de (internationale) handel en de regelgeving omtrent privacy. Om competenties te verwerven werkt de student aan een aantal praktijkcasus, waarbij de kennis geïntegreerd wordt. Ter ondersteuning van het leerproces worden er colleges gegeven.
    • Management & Organisatie: De student doet kennis van organisaties op die nodig is om als (assistent-)manager te functioneren en de juiste beslissingen te nemen.
  • Financial Management:
    • Budgetteren: De student leert zowel een kwalitatief (marketingtechnisch onderbouwd) als kwantitatief (financieel onderbouwd) inkoopplan voor een modebedrijf op te stellen. In deze module leert de student budgetteren op het gebied van in- en verkoop. Ook gaat de student inzicht opdoen in het inkoopproces en verder ga hij/zij vaardigheden ontwikkelen om op een beargumenteerde wijze beslissingen te nemen en te onderbouwen ten behoeve van inkoop. De bedoeling van budgettering is een beschrijving geven van de oorzaken en de gevolgen van keuzes met betrekking tot de in- en verkoopbudgettering.
    • Financiële economie: De student krijgt inzicht in en kan een oordeel vellen over de financiële positie van bedrijven, vanuit verschillende oogpunten op het gebied van financieel management (financiële planning, belastingen, kredietvormen, balansen resultatenbeoordeling, winstbestemming). Het is belangrijk dat de student aan de hand van financiële gegevens een inschatting kan maken van de financiële positie van een bedrijf. Door inzicht te hebben in de financiële positie van een bedrijf wordt het mogelijk om bepaalde beslissingen nemen.
    • Supply chain management: De student verdiept zich verder in supply chain management en doet kennis op over distributielogistiek. Met deze kennis wordt het mogelijk om goede keuzes te maken op het gebied van supply chain management. De lessen helpen bij het verschaffen van kennis hierover.
  • Fashion Products & Production:
    • Modematerialen: De student verwerft kennis over de veredeling van vezels, garens en stoffen en de student kan een relatie leggen tussen uiterlijk, eigenschappen, kwaliteit en toegepaste verdelingen. In deze module doet de student verdiepende kennis op over verfmachines, verfstoffen voor verschillende grondstoffen en de kleurechtheden. Het is belangrijk dat je als beginnend professional weet welke veredelingen er zijn en welke effecten de verdelingen hebben voor de draageigenschappen en onderhoudseigenschappen. Met deze kennis kan de student goed overwogen keuzes maken met betrekking tot de keuze voor het soort veredeling.
    • Productie: De student krijgt inzicht in de werkzaamheden en inkoopprocessen van de productmanager. In deze module leert de student om een rangeplan samen te stellen en te verantwoorden. Ook leert de student hoe aan een producent uit te leggen hoe een kledingstuk gemaakt moet worden. Dit is erg belangrijk, want je wil uiteindelijk dat jouw idee op de juiste wijze wordt uitgevoerd door de producent en dat er geen miscommunicaties ontstaan. Ook leer je als student om een overzicht te geven van de stappen die nodig zijn in de productontwikkeling en kan je deze stappen motiveren.
  • Fashion & Trends:
    • Trends 3: De student krijgt inzicht in het forecasten van consumententrends die voortvloeien uit de DEPEST-factoren voor een specifieke doelgroep en kan de nieuwe trend in woord en beeld communiceren. Het is belangrijk dat jij als professional weet wat er in de wereld speelt, welke effecten deze hebben op de consument en welke trends hieruit voortvloeien. Trendforecasten is de tijdgeest zien en daarop vooruit denken.
  • (International) Business Communication: De student leert, op grond van een gedegen voorbereiding, tot een goede mondelinge pitch te komen. De student leert inhoud en structuur van een pitch af te stemmen op een doelgroep en een beoogd doel, om zo een zakelijke relatie aan te gaan of te overtuigen. Als professional moet je kort en bondig een zakelijke presentatie/verhaal kunnen houden afgestemd op je doelgroep, met als doel met succes te overtuigen. Een pitch moet kort, krachtig en pakkend zijn.
  • Marketing & Sales:
    • Marketingstrategie: De student leert aan de hand van een in- en externe analyse van een bedrijf met een product-marktcombinatie een passende strategie voor dat bedrijf te ontwikkelen en dat uit te werken in een marketingplan.
    • Marketingcommunicatie: Vanuit strategie en marketingplan leert de student een bijpassende communicatiestrategie te ontwikkelen.
  • Personal & Professional Development: Binnen PD3 staat zelfverantwoordelijkheid voor het ‘leren leren’ centraal. De student werkt aan het observeren en beoordelen van zichzelf. De student leert te onderzoeken of er een link is tussen de eigen motivatie en inspiratie enerzijds en de beroepsvarianten waar TMO voor opleidt anderzijds (en zo ja, welke?).
  • Research Methods:
    • Onderzoeksmethoden: De lessen bereiden o.a. voor op het BP3- project. De student verdiept zich in de dataverzamelingsmethoden observeren in combinatie met interviewen. De student leert dit toe te passen t.b.v. een merkpositie analyse. Gedurende jouw carrière zal je veel onderzoeken gaan verrichten. Het is belangrijk dat je hier bekwaam in wordt. Het vak research methods is erop gericht om de student hierbij te ondersteunen.

 

Semester 4
  • Business Management:
    • Innovatiemanagement: Met behulp van innovatiemanagement krijgt de student inzicht in de professionele rol van innovatiemanagers, waarbij de student creatieve en vernieuwende ideeën om leert zetten in commercieel succes waarbij het verdienmodel en ondernemerschap centraal staan.
    • Informatie- en kwaliteitsmanagement: De student krijgt zicht op de cruciale rol van informatie binnen de moderne organisatie en de wijze waarop dit de kwaliteit van producten en diensten kan ondersteunen.
    • Recht: Bij de module Recht/product wordt ingegaan op de specifieke aspecten, die samenhangen met het product van een bedrijf. De student verwerft juridische kennis over de rechten en verplichtingen van de consument (koper) en de handelaar (verkoper).
  • Financial Management:
    • Supply chain management: Met behulp van procesmanagement krijgt de student inzicht in het beheer en de controle van processen. Het is belangrijk dat de student inzicht heeft in het beheer en de controle van processen, want hiermee kun je beslissingen nemen over de processen. Zonder dit inzicht lukt het niet om een goed overwogen beslissingen te nemen.
  • Fashion Products & Production:
    • Category management: De student krijgt inzicht in category management; De student leert over een financiële inkoopplanning in combinatie met bijvoorbeeld sales forecasting, calculatiegetallen, inco terms en betalingscondities.Category management gaat over het beheren en daarbij optimaliseren van assortimenten – ook wel categorieën genoemd- die door een bedrijf aan de eindconsument aangeboden worden. Dit kan zowel een retailer zijn alsook een wholesaler of merkfabrikant met retailactiviteiten.
    • Productie: De student krijgt inzicht in de werkzaamheden van de product-/ inkoop-/sourcingmanager, leert gerelateerde zaken te analyseren, verbanden te leggen en deze toe te passen.
  • (International) Business Communication:
    • Onderhandelen: De student leert een doelstelling bereiken in een onderhandeling. De student leert hiervoor verschillende onderhandelingsstrategieën en krijgt inzicht in zijn/haar persoonlijke onderhandelingsstijl.
    • Rapportagevaardigheden: De student leert onderzoeksrapport(en) van studenten uit een eerder TMO developmentLAB (AT6) te analyseren en te evalueren en op basis van de evaluatie een artikel voor een vakblad te schrijven.
  • International Business Communication (Engels): De student vergroot zijn/haar beroepsspecifieke woordenschat Engels en leert de taal op het niveau B2 van het Europees referentiekader toe te passen op de specifieke situatie van een onderhandelingsproces. De student leert een onderhandeling te voeren op zakelijk gebied, die voldoet aan de formele eisen qua structuur en toon en waarin het bestudeerde vocabulaire op juiste wijze gehanteerd wordt.
  • International business communication-interculturele communicatie: De student werkt aan een interculturele competentie en zijn/haar houding in het contact met andere culturen door kennis te verzamelen over andere culturen, te reflecteren op culturele vorming en bewustwording van het belang van cultuurverschillen en de invloed hiervan op communicatie en management.
  • Marketing & Sales:
    • Marketingconcept: De student krijgt inzicht in het uitwerken van een marketingconcept met de daarbij behorende marketingcommunicatie. De student past dit gelijk toe tijdens het Purchase management project (PM4) waarin de student voor een bedrijf een marketingconcept moet ontwikkelen met de daarbij behorende communicatie.
  • Personal & Professional Development: Binnen PD4 staat zelfverantwoordelijkheid voor het ‘leren leren’ centraal. De student werkt aan het observeren en beoordelen van zichzelf. De student beoordeelt zichzelf op grond van het functioneren in de toekomstige beroepspraktijk.
Semester 5
  • Business Management:
    • Management & Organisatie: De student maakt kennis met verandermodellen en verandermanagement. Ook leert de student (een mix van) business- en verdienmodel(len)op te stellen. En hij/zij leert business proces(sen) te herschrijven op basis van de methodiek van Business Process Redesign.
  • Financial Management:
    • Business plan: De student maakt kennis met de onderdelen van een ondernemingsplan en leert een bestaand ondernemingsplan van een modebedrijf te analyseren. Daarnaast maakt de student kennis met een aantal mogelijke problemen rond samenwerking met/overname van andere bedrijven en/of herstructurering van het eigen bedrijf.
    • Merchandise planning: Tijdens deze module leert de student een inkoopplanning/ merchandise planning te analyseren en te maken. Ook leert de student hoe hij/zij een balans, resultatenrekening en liquiditeitsprognose op kan stellen met daarin logische onderlinge verbanden. Verder gaat de student tijdens deze module leren hoe hij/zij verbanden kan leggen tussen financiële analyses, inkoop- of salesplan. Ook gaat de student de consequenties ontdekken ten aanzien van shop floor effecten in verschillende segmenten.
  • Fashion Products & Production:
    • Category management: De student krijgt inzicht in category management en leert onderscheid te maken tussen de begrippen assortimentplanning, spaceplanning, visual merchandising, inventory management en replenishment. Ook leren we studenten bewust te worden van het belang van cijfermatige category performance analyses.
    • Productie: De student krijgt inzicht in het managen van het product development proces. Het is belangrijk dat de student inzicht heeft in het managen van het product development proces. Met dit inzicht wordt het mogelijk om aanpassingen te doen in dit proces en dat kan veel kosten besparen.
  • (International) Business Communication:
    • Solliciteren: In deze training bereidt de student een sollicitatie voor t.b.v. het vinden van een afstudeerstageplek en later een baan in de fashionbranche. De training start in semester 5 en heeft een vervolg in semester 6.
    • International Business Communication (Engels): In dit semester ligt de focus vooral op het vergroten van de leesvaardigheid en schriftelijke taalvaardigheid in het Engels. Ook bereidt de student zijn/haar beroepsspecifieke woordenschat in het Engels nog verder uit.
  • Marketing & Sales:
    • Distributiebeleid: De student leert keuzes te maken voor een distributiebeleid en kanaalkeuzes toe te passen.
    • Online marketing: De student leert aan de hand van een casus uit de modepraktijk een online marketingstrategie te formuleren, die hij/zij vertaalt naar een strategische briefing voor een online bureau.
  • Personal & Professional Development: In semester 5 leert de student zichzelf, zijn/haar kwaliteiten, ontwikkelpunten en doelen nog beter kennen. Daarnaast gaat de student dit semester terugblikken op semester 1 t/m nu. Verder gaat de student vooruitkijken naar de komende semesters en kijken naar de doelen die er nog zijn en die hij/zij nog wil gaan bereiken. Het is belangrijk dat de student naar zichzelf blijft kijken en blijft reflecteren. Dit zorgt ervoor dat de student continu in beweging blijft en je de beste versie van jezelf gaat zijn.
  • Research Methods:
    • Onderzoeksmethoden: De student verbreedt en verdiept de kennis van onderzoeksmethoden en verantwoording van gekozen methoden.
    • Statistiek: De student verbreedt en verdiept de kennis van onderzoeksopzet, data-analyse en statistiek, en datapresentatie. Dit vak beoogt kennis en vaardigheden te mobiliseren, die essentieel zijn voor het goed uitvoeren van het DevelopmentLAB in semester 6 en het stageportfolio in semester 7.
Semester 6
  • (Development) Lab For Research & Implementation: Tijdens het TMO DevelopmentLAB krijgt de student de gelegenheid om binnen een bepaald thema zijn/haar onderzoeksvaardigheden te versterken en in de praktijk toe te passen. Door samenwerking met het (fashion)bedrijfsleven en gespecialiseerde kennisbedrijven uit andere branches kan tevens gewerkt worden aan een professioneel netwerk en aan verdieping van zowel kennis- als praktijkvaardigheden. Daarnaast wordt via ondersteunende vakken en inhoudelijke coaching en feedback input verschaft. Het TMODevelopmentLAB vormt hiermee een ideale en gerichte voorbereiding op het afstudeertraject in semester 7.
  • (International) Business Communication:
    • Gesprekstechnieken: De student oefent met rollenspelen, o.a. met een trainingsacteur, verschillende gesprekstypen (selectiegesprek, functioneringsgesprek, beoordelingsgesprek, coachingsgesprek en slechtnieuwsgesprek).
    • Solliciteren: In deze trainingen bereidt de student een sollicitatie (Nederlands en Engels) voor t.b.v. het vinden van een afstudeerstageplek en later een baan in de fashionbranche.
  • Research Methods: Bij AT6 gaat de student een onderzoek verrichten. Hierbij zal de student te maken krijgen met onderzoeksmethoden. In de voorgaande semesters heeft de student naast het opdoen van theoretische kennis, ook praktijkervaring opgedaan. Ook in dit semester gaat de student verder werken aan het toepassen van de theoretische kennis en het opdoen van praktijkervaring.
Semester 7
  • Afstudeerstage: Het stageportfolio is een integrale leeractiviteit van werkervaring opdoen (stage lopen) én op hbo-eindniveau een afstudeerproject doen in en voor een bedrijf. De student gaat enerzijds zijn/haar geleerde kennis en praktijkvaardigheden toepassen bij het werk in het stagebedrijf, waarbij de student de vijf TMO-competenties verder ontwikkelt en perfectioneert. Daarnaast werkt de student zelfstandig aan een voor het bedrijf relevant stageproject; dit kan een opdracht, project of taak zijn op hbo-niveau. De vijf competenties worden getoetst aan de hand van een door de student samengesteld stageportfolio met daarin door de student verzamelde of geschreven bewijzen en best pratices per competentie. Daarna volgt een assessmentgesprek waarin de student daadwerkelijk aantoont dat hij/zij deze competenties op het vereiste niveau beheerst en hierop kan reflecteren.

TMO is als eerste hbo-opleiding geaccrediteerd op NIMA B-niveau, waardoor je met het TMO-diploma een NIMA-B1 certificaat kunt aanvragen bij het NIMA, Nederlands Instituut voor Marketing. Hiermee voldoe je aan de toegangseisen voor het NIMA B2-examen.

PRACTICE (projecten)

  • Semester 1: Fashion industry awareness, Trendspotting.
  • Semester 2: Omnichannel, Collection building, Outdoor (februari instroom)
  • Semester 3: Outdoor (september instroom), Brand position
  • Semester 4: Trend Expo, Purchase management
  • Semester 5: Business Plan
  • Semester 6: TMO DevelopmentLAB: onderzoek doen voor opdrachtgevers uit de branche.
  • Semester 7: Afstudeerstage en afstudeeropdracht bij een fashion (gerelateerd) bedrijf in binnen- of buitenland.

Outdoor

In het 3e semester gaan onze studenten in het kader van persoonlijke ontwikkeling op outdoor training. De competenties ‘leiderschap’ en ‘samenwerken’ staan centraal tijdens deze training. Gedurende drie dagen werken studenten in groepen van 6 tot 8 personen in uitdagende situaties, buiten de eigen comfort zone, aan de ontwikkeling van voor een modemanager belangrijke vaardigheden. Na twee dagen oefenen eindigt de training in een speciaal door TMO ontwikkelde managementgame waarin de groepen tegen elkaar spelen en het geleerde real life toe moeten passen.

Heel bijzonder in deze training is de verbinding die met zowel alumni als met het bedrijfsleven wordt gelegd. Iedere groep heeft namelijk een oud TMO’er als coach die al enige jaren ervaring heeft kunnen opdoen in de fashionbranche. Er ontstaat op deze manier een sterke band tussen de oud TMO’ers, de studenten en de branche waarvoor de student wordt opgeleid.

Business Plan

Bij het Business Plan pitchen studenten hun business ideeën. Vervolgens worden de beste 1 – 3 ideeën genomineerd voor zelfstandig ondernemerschap door een vakjury met deskundigen en investeerders. In semester 6 werken de genomineerden hun business idee verder uit. Aan het einde van dat semester pitchen de genomineerden opnieuw voor de vakjury en wordt bepaald of er business ideeën in semester 7 uitgevoerd mogen worden. Het beste idee wint de Meester Koetsier Award; een investering van 10.000 euro in het eigen bedrijf waarin de student in semester 7 gaat afstuderen.

Afstudeerstage

In het zevende semester loop je een afstudeerstage. Je werkt gedurende 18 weken bij een door TMO goedgekeurd bedrijf in Nederland of het buitenland. Tijdens deze stage werk je mee aan de dagelijkse werkzaamheden van het bedrijf en werk je daarnaast zelfstandig aan een voor het bedrijf relevant stageproject op hbo-niveau. Dit kan zowel een bedrijfsintern (mogelijkheden tot efficiencyverbetering, nieuwe strategie, invloed bedrijfscultuur, opzetten quality-management systeem) als -extern project zijn (bijv. marktverkenning, mogelijkheden van e-commerce, mogelijkheden tot strategische samenwerking, etc.). Tijdens de stage ontwikkel en perfectioneer je zeven beroepscompetenties. De zeven competenties worden getoetst aan de hand van een door jou samengesteld stageportfolio met daarin door jou verzamelde of geschreven bewijzen en best pratices per competentie. Daarna volgt een assessmentgesprek waarin je daadwerkelijk aantoont dat je deze competenties op het vereiste niveau beheerst en dat je hierop kunt reflecteren.

Je kunt je afstudeerstage doen in verschillende functies, zoals inkoop, productmanagement, productie, sales (retail en wholesale), marketing, communicatie en e-commerce. Je mag de afstudeerstage doen in één van de verschillende deelbranches van de mode; schoenen, kleding, sportartikelen of woonmode (living), zowel in de retail als aan de kant van de wholesale of (merken)fabrikant. De werkzaamheden die je uitvoert, moeten te maken hebben met het stageproject dat je in overleg met het bedrijf hebt gekozen.

Excursies

TMO organiseert excursies naar musea, zoals het Textielmuseum en tentoonstellingen over mode, duurzaamheid of bijvoorbeeld de nieuwste retailtechnologieën. Onze studenten leren om op professionele wijze te kijken naar consumenten, winkelcentra en etalages in steden als Amsterdam en Antwerpen.

In het 4e semester bezoeken de studenten fabrieken, bijvoorbeeld van Tommy Hilfiger, bedrijfskledingproducent Van Puijenbroek, het hoofdkantoor van Inditex, moederbedrijf van onder andere Zara, om te begrijpen hoe het productieproces werkt.

In het buitenland betaalt TMO de reiskosten voor excursies. In Nederland komen ze voor jouw eigen rekening. Om die reden adviseren we de keuze voor de OV-weekkaart. Meer informatie over de OV-weekkaart vind je op de website van Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO).

 

Brochure
Open dag
Proefstuderen